Hoogbegaafdheid

Als een hoogbegaafd kind bijvoorbeeld valt wordt er niet vanuit de reflexen van het lichaam gereageerd, maar het kind bedenkt hoe hij dat de volgende keer kan voorkomen, en valt niet meer. Op deze manier leerthet lichaam niet te vallen, het lichaam verliest het onderbewuste contact met de geest. Dit betekent dat hoogbegaafden hun lichaam slecht kennen, waaruit een slecht zelfbeeld kan ontstaan en daaruit een negatief zelfbeeld. Als handelingen meerdere keren worden uitgevoerd wordt het een vaardigheid, zo niet dan kost elke handeling energie. Om de energie weer wat op te laden heeft een kind het dan nodig om af en toe ‘weg te dromen’.  

Bijkomend fenomeen bij hoogbegaafdheid is dat de linkerhersenhelft beter is ontwikkeld dan de rechterhersenhelft en dit zorgt niet alleen voor verlies in de coördinatie, maar ook het zien van het grote geheel, waarbij de detailwaarneming juist heel goed is. 

Op school vragen schrijfopdrachten motorisch veel energie, maar wordt mogelijk ook op taalgebied de context weleens gemist door de focus op details.