Huidig

Wetenschappelijk onderzoek

As Comte would say:

“From science comes prediction; from prediction comes action”.

in: Mary Pickering, Auguste Comte: An Intellectual Biography, Volume I, 566

 

Wij doen onder verantwoordelijkheid van het wetenschappelijk instituut PICOWO van dr. Martine Delfos wetenschappelijk onderzoek naar het functioneren van kinderen met autisme in de klas. Dit onderzoek is gestart in juni 2007. Tot nu zijn op een paar scholen pilots uitgevoerd. In 2009 zal subsidie worden aangevraagd om met een grootschalig, wetenschappelijk verantwoord onderzoek te starten. Onder de knoppen ‘Socioschema’ en ‘Ontwikkelingsleeftijden’ vindt u meer informatie over wat dit onderzoek inhoudt en wat het voor uw kind in de toekomst, maar ook nu direct in de praktijk kan betekenen.

Socioschema

Om iets meer te weten over wat het ‘socioschema’ eigenlijk inhoudt gaan we terug naar het kind in de baarmoeder. De ontwikkeling van de foetus in de baarmoeder staat onder meer onder invloed van het hormoon testosteron.

‘Dit hormoon heeft invloed op de ontwikkeling van het zelf, het vermogen van een mens om zich te verplaatsen in een ander, de gerichtheid op talig functioneren, de weerstand tegen verandering, op de zelfreflectie en de daadkracht. Deze onderwerpen zijn van belang om te begrijpen hoe de autistische mens denkt en voelt.’ (Delfos)

De aanleg van de baby bepaalt dus al voor een groot gedeelte hoe zijn ontwikkeling zal verlopen. Er speelt echter nog een factor mee, en dat is de rijping.

‘Er bestaat samenhang tussen een onrijp immuunsysteem en onrijpheid van het centrale zenuwstelsel: Temple Grandin schetst in haar boek, dat zij vaak ongevoelig is voor pijn, maar soms overgevoelig voor prikkels als geluid en lichte aanrakingen.’
(Delfos)

Al in de eerste maanden gaat de baby een besef ontwikkelen van de aanwezigheid van anderen (eerst voornamelijk zijn moeder of andere vast verzorger). De eenkennigheidfase met 7-8 maanden is een teken van dit besef: ‘ik weet nu dat er nog meer mensen bestaan dan alleen mamma, maar eigenlijk wil ik nog alleen maar haar’. Het besef van het eigen bestaan, het ‘ik-besef’ en het bestaan van de ‘ander’ en het verschil daartussen wordt ook de ‘ik-ander differentiatie’ genoemd.

Bij kinderen met autisme gaat dit tengevolge van aanleg en rijping allemaal anders.

De ontwikkeling van kinderen met autisme verloopt anders, en vertraagd, of juist versneld. Bovendien verloopt de ontwikkeling niet voor elk gebied even snel. Sommige kinderen kunnen met 3 jaar al ‘grote-mensen-taal’ gebruiken, maar met 11 jaar nog niet klok kijken. Anderen gaan pas met 3-4 jaar wat woorden gebruiken, en blijken op school heel goed te zijn in Wiskunde. Niet goed zijn in Wiskunde komt trouwens ook vaak voor.

Binnen één kind is er sprake van een scala aan ontwikkelingsleeftijden.

Kijk voor meer informatie onder de knop ‘ontwikkelingsleeftijden’.

Ontwikkelingsleeftijden

Delfos heeft een model ontwikkeld waarmee we beter kunnen zien hoe mensen zich eigenlijk ontwikkelen. En wat die ontwikkeling betekent voor het functioneren van de mens voor zichzelf maar ook in relatie tot anderen.

Het model heet het ‘socioschema’. En het socioschema bestaat uit verschillende componenten.

Terug naar de baby: vanaf dag 1 groeit en ontwikkelt zijn lichaam, met daarin de organen, maar ook het zenuwstelsel en de hersenen.

Binnen het socioschema worden 2 lijnen onderscheiden: de fysieke (lichamelijke) en de psychologische ontwikkeling, waarbij deze twee onlosmakelijk met elkaar in verband staan.

In fysieke zin worden ontwikkeld en aangelegd: een lichaamsschema in de hersenen, kennis over de grenzen van het lichaam, en kennis over het lichamelijk functioneren.

In psychologische zin wordt er voortdurend ‘gewerkt’ aan de ‘ik-ander differentiatie’.

Onderdeel daarvan zijn het zelfbeeld, een besef van tijd en een besef van ruimte, sociaal inzicht,empathie, een ‘Theory-of-Mind’ *, het sociaal functioneren, en de zelfreflectie.

Op elk van deze aspecten van het socioschema vindt, in meerdere of mindere mate van samenhang met elkaar, ontwikkeling plaats.

Bij mensen met autisme kan de ontwikkeling van elk van deze aspecten anders, vertraagd of versneld verlopen. Deze diversiteit in ontwikkelingen binnen één mens heeft grote gevolgen voor zijn functioneren. Dit kan tot uiting komen in het gedrag, in de groei en ontwikkeling van zijn lichaam, maar ook in het presteren op school.

Voor elk van de aspecten kan bepaald worden in welk stadium de ontwikkeling van het kind (of volwassene) zich bevindt. Van daaruit kan het gedrag van het kind, en later het functioneren op school, beter worden begrepen.

En vanuit begrip is een betere begeleiding mogelijk.

Is het stadium van ontwikkeling bekend, dan kan ook gekeken worden wat het kind nodig heeft om die ontwikkeling te stimuleren.

Deze praktijk werkt volgens de methode van het
‘invullen’ van het socioschema van het kind (volwassene).

 * Theory-of-Mind wil zeggen: een besef hebben van wat de ander denkt, voelt, wenst.