Over sport en autisme

Voor kinderen met autisme is bewegen heel belangrijk. De meesten van hen hebben, onder meer als gevolg van het niet begrijpen van de wereld om hen heen, een bepaalde spanning in hun lichaam. Bewegen helpt die spanning (tijdelijk) te verminderen. Maar niet alleen daarom is sporten zo goed voor deze kinderen. Zij komen op een ongedwongen manier in aanraking met leeftijdgenoten en kunnen ervaren en leren hoe zij met anderen omgaan.

Hun eigen omgang met anderen zal niet altijd even goed verlopen. Kinderen voelen vaak feilloos aan dat iemand ‘anders’ is. Sommige kinderen zullen dan extra aardig zijn, maar er zijn ook kinderen die het gedrag van een kind met autisme niet begrijpen, daar zelf onrustig van worden, en die onrust onder controle proberen te krijgen door de ander uit te dagen en misschien wel te pesten.

Maar niet alleen de medesporters, ook leiders en trainers hebben vaak moeite met gedrag dat zij niet begrijpen. Zij zijn meestal van goede wil, maar als er na herhaalde pogingen begrip te tonen en veel correcties te geven het gedrag niet verandert, ontstaat er toch op de duur weerstand. De neiging om zo’n speler dan maar in een lager team te zetten wordt groter en groter. Begrijpelijk, maar het kan ook anders! Mensen krijgen plotseling heel veel meer ruimte in hun denken als zij begrijpen waarom kinderen zo doen als ze doen.